Wat is het probleem?
De laatste jaren is een alarmerende trend zichtbaar geworden. Er zijn steeds minder
muziekdocenten en minder muziekscholen. Er is minder muziekeducatie op
basisscholen en er zijn minder (betaalbare) buurtcentra of vergelijkbare locaties waar
orkesten kunnen repeteren. Ook zijn er minder betaalbare zalen voor concerten van
amateurgezelschappen. De overheid heeft steeds minder bemoeienis met
muziekeducatie en de cultuursubsidies worden steeds meer versnipperd.
De FASO maakt zich ernstig zorgen om deze trend.
Het muziekonderwijs in Nederland staat onder druk. En het mag haast een wonder
heten dat er nog kinderen zijn die een muziekinstrument gaan spelen en een orkest
weten te vinden. Gelukkig zijn er nu nog 34 orkesten lid van de FASO die onder de
noemer jeugd- of studentenorkest1) vallen. We horen van verschillende kanten dat deze
orkesten het vaak moeilijk hebben, financieel en vaak ook wat betreft het werven van
nieuwe leden.
Wat is het besloten in de jaarvergadering 2025:
De FASO wil in deze tijden van schaarse middelen en -mogelijkheden voor de
musicerende jeugd een voorstel lanceren om deze doelgroep te ondersteunen in een
pilot gedurende de komende 2 jaren (2026 en 2027):
IMPU:S JEUGD- & STUDENTENORKESTEN
Doel is enerzijds het versterken van de bestaande jeugd- en studentenorkesten door een
financiële tegemoetkoming, en anderzijds het stimuleren van de doorstroom naar de
reguliere orkesten voor volwassenen. Dit gaan we doen langs drie pijlers gedurende een
pilot van twee jaar, gevolgd door een evaluatie. Deze pijlers zijn:
a) een financiële tegemoetkoming in het FASO-lidmaatschap,
b) een commissie IMPULS Jeugd- & Studentenorkesten en
c) promotie van doorstroming naar vervolgorkesten in de regio.
1. Financiële tegemoetkoming
De jeugd- en studentenorkesten worden op hun verzoek gedurende een pilotfase van 2
kalenderjaren aangemerkt als “projectorkest” (ogv.art.2 statuten).
Projectorkesten weten veelal te voren niet hoeveel leden er meespelen en het ledental
wisselt nogal eens. Dat geldt vaak ook voor jeugd- en studentenorkesten.
Projectorkesten betalen daarom niet een contributie per orkestlid, maar een vast bedrag
per jaar (cq. per project): op dit moment €85. Voor veel jeugd- en studentenorkesten
betekent dit een aanzienlijke verlaging van de contributie.
Om voor deze pilot in aanmerking te komen moeten de jeugd- en studentenorkesten
zich wel aanmelden bij de secretaris (secretaris@faso.eu). Ze geven daarmee ook aan
mee te werken aan de volgende pijlers:
2. Commissie IMPULS Jeugd- en Studentenorkesten
Elk orkest dat deelneemt aan de IMPULS-pilot zorgt voor een afvaardiging in de
commissie; bij voorkeur is dat een bestuurslid van de orkestvereniging. Deze commissie
heeft tot taak om minimaal 1x per jaar te overleggen over specifieke kwesties waarmee
juist deze orkesten worden geconfronteerd of die zij zelf van belang achten. De
commissie beoogt het bestaan van jeugd- en studentenorkesten te blijven bevorderen
en stelt zich pro-actief op om de samenwerking tussen de orkesten te vergroten.
3. Doorstroming naar reguliere orkesten
De commissie zorgt ook voor activiteiten en/of promotiemateriaal om de doorstroom
vanuit de jeugd- en studentenorkesten naar de reguliere orkesten in de regio te
bevorderen.
Met deze IMPULS denken we de jeugd- en studentenorkesten te kunnen versterken en
actief te betrekken bij de activiteiten van de FASO. In het najaar van 2027 wordt deze
pilot geëvalueerd en worden de resultaten gepresenteerd in de FASO-ledenvergadering.
Financiële consequenties
Als alle jeugd- en studentenorkesten meedoen aan deze pilot, dan scheelt dat de FASO
€ 4.500 aan contributie-inkomsten per jaar (prijspeil 2025). Het bestuur stelt voor dit
bedrag in 2026 en 2027 te onttrekken aan de algemene reserve.
1) Onder de noemer Jeugd- en Studentenorkesten verstaan wij orkesten - die zich specifiek richten op jeugd en/of studenten
en - waarvan de leden niet ouder zijn dan 26 jaar (enkele uitzonderingen daar gelaten)